vrijdag 27 april 2018

Dromen en doen

Je haalt je vliegbrevet, bouwt zelf een vliegtuigje en vliegt ermee naar Afrika. Misschien dromen sommigen daarvan, Joost Conijn deed het.
Onbezonnen avonturier of een doener die weloverwogen risico's neemt? Ik neig naar het laatste na het lezen van 'Piloot van goed en kwaad' waarin hij die vliegreis beschrijft. Ik vind het een fascinerend boek.
Bij toeval kwam ik het begin deze maand tegen in museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam. Daar is nog tot en met 6 mei een film van Joost Conijn te zien: 'Good evening to the people living in the camp'. Geboeid keek ik naar de geheime opnamen die hij maakte in vluchtelingenkampen. Anders dan de meer bekende opnamen uit de nieuwsrubrieken. Puur registrerend hoe het dagelijks leven in die kampen zich afspeelt, zonder oordeel.
In de museumwinkel van Boijmans stuitte ik op het boek dat ik niet kende, al wist ik wel dat Conijn zelf vliegtuigen bouwde.
De onderneming van deze vlieger-kunstenaar deed me denken aan de vaak aangehaalde uitspraak van Pippi Langkous: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.
Maar ook aan de woorden van Nelson Mandela die Griet Op de Beeck citeert in 'Gezien de feiten', haar boekenweekgeschenk: May your choices reflect your hopes, not your fears.
Nog te vaak laat ik me leiden door angst en door noodlotscenario's van wat er zou kúnnen gebeuren. Roekeloosheid is dom, maar niets is immers zeker in het leven. Dat is een groeiend besef naarmate ik ouder word. 
Denk je beter veilig thuis te kunnen blijven, vliegt er een vrachtwagen uit de bocht en knalt uitgerekend jouw woonkamer binnen. Zulke bizarre dingen gebeuren immers.

Joost Conijn documenteert zijn reisverslag met nuchtere feiten als vlieghoogten, weersomstandigheden, brandstofperikelen, technische mankementen en contact met vliegvelden, als dat tenminste lukt. Hij vliegt over de Sahara. Hij landt op plekken waarvoor hij geen toestemming heeft en ook in de niet meest comfortabele landen van Afrika zoals Tsjaad, Zuid-Soedan en de Centraal-Afrikaanse republiek. Vaak wordt hij verrassend goed ontvangen, maar ook belandt hij in een gevangenis. Ik krijg de indruk dat het personeel van vliegveldjes soms ook blij lijkt te zijn dat hun dagelijkse sleur en verveling doorbroken wordt als er ineens zo'n rare snuiter uit Nederland landt. Ze helpen hem ondanks dat hij wel eens niet de goede stempels of formulieren heeft.
Op de landingsplaatsen is er soms ook dringend herstelwerk nodig aan het vliegtuig. 'Sleutelen aan een vliegtuig is denken aan de dood.' Zo'n fijne observatie, die getuigt van realiteitszin.
En nog zo'n nuchtere oneliner: 'De benzine mag nooit opraken want dan val je uit de lucht.'
Joost Conijn kent wel degelijk angsten en daar schrijft hij ook over. Maar hij weegt ze af tegen de drang om te ontdekken.
In de lucht is hij voortdurend bezig, maar zijn zicht op de soms chaotische of gevaarlijke wereld onder hem relativeert waarschijnlijk ook waar wij ons in ons goedgeregelde leven in Nederland, vaak zo onnodig of zinloos, druk om maken. 
Onder het lezen moest ik vaak denken aan de boeken van Antoine de Saint-Exupéry. De schrijver van mijn favoriete 'Le petit prince'. Maar hij schreef veel meer boeken, vaak vanuit zijn ervaring als piloot. Bijvoorbeeld 'Vol de nuit' en ook het prachtige 'Terre des hommes'. Ook bij hem zie ik een bepaalde wijze om de mens en het leven te beschouwen, wellicht door het werk als piloot met het voortdurende besef van de kwetsbaarheid van het leven. 
Bij het bladeren in het boek van Joost Conijn was ik al meteen gewonnen bij de zin: 'Toen ik 13 was kocht ik een lasapparaat, vanaf toen kon ik alles maken.'
 
Website Joost Conijn

Werk van Joost Conijn in museum Boijmans - tot en met 6 mei 2018




  

donderdag 26 april 2018

En daar lag ik

Dat een ongeluk in een klein hoekje zit, heb ik weer eens aan den lijve ondervonden. Zaterdag 14 april ging ik 's morgens welgemoed op weg naar Amsterdam. Maar dat heb ik die dag niet bereikt. Op station Ede-Wageningen was het kantelpunt en even later belandde ik via de ambulance in het ziekenhuis in Ede.
Een moment van onoplettendheid op de trap van het station of toch net iets te veel haast om twee jonge meiden in te halen? Feit is dat ik struikelde. In een flits zag ik mijn voorland: via een achteroverduik zou ik voor de rest van mijn leven in een karretje belanden. Maar ik had geluk, al liet het zich eerst ernstiger aanzien. Ik klapte voorover op de trap en liep een bloedende hoofdwond op. In het ziekenhuis werd die gehecht.
Wellicht is mijn neus ook gebroken, maar op de röntgenfoto's was dat niet te zien door de enorme zwelling. Nou is aan een gebroken neus doorgaans toch niets te doen, tenzij hij over een tijd vreselijk scheef blijkt te staan. Maar geen hersenschudding of erger, zoals nekletsel, dus uiteindelijk heb ik geweldig veel geluk gehad. Daar ben ik dankbaar voor.
Waar ik minstens zo dankbaar voor ben, waren al die hulpvaardige mensen. Op de eerste plaats de twee jonge meiden van wie er een zorgzaam bij me bleef en doekjes voor het bloeden aanreikte. De ander ging kordaat hulp halen en zorgde dat er snel een ambulance kwam. Dat ze hun trein misten, vonden ze geen enkel probleem.
Dan was er nog het meisje dat me in het voorbijgaan een pakje zakdoekjes aanreikte. De voormalige huisarts die met haar vragen de ernst van de situatie inschatte. Vervolgens nog een passerende huisarts die informeerde of hij iets kon doen, maar de ambulance was al onderweg. En nog enkele voorbijgangers die vroegen of ik hulp nodig had.
Hoezo een onverschillige wereld? Hoezo de mensen hebben geen zorg meer voor elkaar? Mijn ervaring was weer eens hartverwarmend anders.

Al die betrokken en behulpzame passanten bedank ik. In het bijzonder de twee meiden die zorgzaam en daadkrachtig meteen deden wat ze konden. Hartelijk dank!

Naschrift: Na behandeling in het ziekenhuis kon ik 's middags weer naar huis. Het ging al snel heel goed met me, al was me dat niet aan te zien. De afgelopen dagen is mijn gezwollen en gehavend gezicht als een toverbal, - maar geen vrolijke -, telkens van kleur veranderd.
Ik plaats geen foto bij dit blog. Denk aan de klassieke posters tegen vrouwenmishandeling. Zoiets dus. Maar dit gaat wel over.
 

vrijdag 2 maart 2018

Poseren


Je kunt als schrijver nog zoiets vreemds bedenken, de werkelijkheid is vaak bizarder. Vandaag raakten verbeelding en werkelijkheid elkaar wel heel frappant.
Bijna twintig jaar geleden schreef ik de tekst 'Stilleven'. Die gaat over Laura Vroemen, een vrouw van 64 die in een atelier als model gaat poseren voor een schildersgroep.
Enkele jaren later heb ik die tekst vertaald in mijn moedertaal, het Limburgs dialect van Weert, en bewerkt tot een monoloog. Die verscheen in 2002 in de bundel 'Alles theater'. Drie stukken daarvan werden uitgekozen voor een avondvullend theaterprogramma. Ook mijn 'Stillaeve'.
De organisatie, uitgeverij TIC, ging naarstig op zoek naar iemand die de 64-jarige Laura Vroemen kon spelen, mét het juiste dialect. Die zoektocht leverde niets op en toen kwam de onvermijdelijke vraag of ik dan zelf die rol wilde spelen.
Ik had vooral vertrouwen in de regisseur en die geloofde in het project, ondanks mijn beperkte toneelervaring. Een intensief repetitieproces volgde. Première in oktober 2002 in Maastricht en begin 2003 voorstellingen in 9 andere theaters door heel Limburg. Een spannend avontuur, zeker om een half uur alleen op toneel te staan.

Door Joke Peters
Vandaag dus, zoveel later - en inmiddels 64 jaar -, poseerde ik als portretmodel voor de schilder- en tekengroep in het atelier van beeldend kunstenaar Riekje Offerhaus in Wageningen. Ineens vielen fictie en werkelijkheid samen. Weliswaar waren er enkele belangrijke verschillen: mijn personage Laura Vroemen ging poseren als naaktmodel én ze was nogal verzuurd. Teleurgesteld was ze in het leven en ze durfde niet meer te geloven in de liefde.
Door Riekje Offerhaus

Ik kreeg te horen dat ik goed kan stilzitten, twee uur maar liefst, praten mocht gelukkig wel.
Het was een bijzondere, intense sfeer. Ieder was op eigen wijze aan het werk en toch was er verbondenheid. Op sommige momenten viel alleen het geluid van potloden en krijt te horen.
Door Joke Peters
De negen mensen werkten met uiteenlopende technieken zoals potlood, houtskool en verf. Ik besef terdege dat iedereen kijkt met zijn of haar eigen ogen en nog verraste het me hoe verschillend al die portretten zijn geworden. Toch, geflatteerd of niet, ik ben het allemaal.

Binnenkort ga ik mijn monoloog maar eens herlezen. Wie weet zijn daarvan de afgelopen twintig jaar nog meer verzinsels uitgekomen.
Met het poseren van vandaag is voor mijn gevoel de cirkel rond.
    

Mijn Nederlandstalige monoloog 'Stilleven' is te vinden via de site Theaterteksten van de Auteursbond. Daar is ook een fragment te lezen.

Toneel en ik 

'Stillaeve' in bundel 'Alles theater' 

dinsdag 27 februari 2018

Maatwerk zakelijk schrijven

Al 18 jaar geef ik bedrijfstrainingen schriftelijke communicatie, een fijne tegenhanger van mijn werk als auteur. Als schrijver zoek ik de rust en de stilte en laat ik mijn verbeelding werken.
Als bedrijfstrainer stap ik de wereld in en probeer ik een bijdrage te leveren aan meer eigentijdse en bondige zakelijke teksten. Er wordt namelijk te veel, te lang, te vaag en te ambtelijk geschreven in bedrijven en organisaties.

Sinds 2000 voer ik als freelancer trainingen uit voor trainings- en adviesbureau Schouten & Nelissen, zowel open opleidingen als in company, dus bij bedrijven in huis. Schrijftrainingen als schriftelijk rapporteren, schrijven van beleidsplannen en adviesrapporten, kort en krachtig formuleren en heldere brieven en mails.

Daarnaast geef ik ook in eigen beheer trainingen. Ik vind het geweldig om maatwerk te maken, toegespitst op de branche en de leerbehoeften van de deelnemers.
Onlangs heb ik weer zo'n maatwerktraject afgerond. Voor de Koninklijke Ginkel Groep in Veenendaal heb ik een training gegeven aan onder meer adviseurs en mensen van de afdeling calculatie. In twee sessies hadden we het onder meer over structuur van adviezen en rapporten, brieven en mails, helder en eigentijds taalgebruik en opfrissen spelling en grammatica.

Heerlijk om te merken hoe enthousiast en gemotiveerd de deelnemers waren. Mooi ook om te zien hoe snel mensen inzicht krijgen tijdens een relatief kort trainingstraject. Belangrijk is daarbij de voortdurende koppeling met hun eigen schrijfpraktijk.

 









Foto's: B. Masselink

Op de website van de Koninklijke Ginkel Groep staat een impressie van de training: Schrijftraining Krachtige en eigentijdse teksten

Meer informatie over de trainingen zakelijk schrijven op mijn website


zaterdag 17 februari 2018

Afscheid van een stadsdichter

Martijn Adelmund neemt vandaag officieel afscheid als stadsdichter van Wageningen. Na zijn 3 jaar neemt Ivanka de Ruijter deze functie van hem over.
Martijn vormt samen met mij en Laurens van der Zee - zijn voorganger en eerste stadsdichter van Wageningen - het collectief Schrijversharten. In 2015 begonnen wij met onze activiteiten en ik heb het stadsdichterschap van Martijn van dichtbij meegemaakt.
Toch sta ik versteld van de hoeveelheid en verscheidenheid aan gedichten en evenementen waar hij als stadsdichter bij betrokken was. Dat besef dringt door nu ik zijn recente boek 'De stad is een jas' heb gelezen. Met veel genoegen.
Dit boek met prachtig beeldmateriaal en veertig gedichten geeft een inkijk in het leven van een stadsdichter. Het geeft tegelijkertijd een indruk van de veelzijdigheid van Martijn.
Grappig, zijn afscheidsgroet als stadsdichter: 'Tabee. Ik ga maar eens schrijven.'
Alsof hij dat níet heeft gedaan in die drie jaar. Het boek is het levende bewijs van het gelukkige tegendeel.

Vanmiddag, zaterdag 17 februari, om 16.30 uur neemt Martijn Adelmund in de bblthk van Wageningen afscheid als stadsdichter. Er zijn ook optredens van Remko Zijlstra, dansschool Bransz en ik interview Martijn.
Na afloop signeert hij zijn boek. De toegang is gratis.

'De stad is een jas' is verder onder meer verkrijgbaar bij boekhandel Kniphorst in Wageningen en via de website van Martijn Adelmund.


  

donderdag 25 januari 2018

Gedichtendag 2018 - theater

Ik houd van theater. De verbeelding, het grote gebaar, overdrijving. Zo anders dan ik zelf meestal ben. Daarom juist.
Ik speelde toneel - een monoloog zelfs ooit - met plezier en met schroom. Ongeveer 15 jaar geleden stopte ik omdat ik besefte dat schríjven voor toneel me beter lag. Ik vond namelijk al gauw dat ik overdreef en tijdens het spelen zag ik mezelf vaak staan in het melodrama van een gespeeld leven.
Sindsdien ben ik veranderd. Zou het me nu anders, beter afgaan? Vooralsnog heb ik geen aspiraties het te onderzoeken.

Vandaag 25 januari begint met Gedichtendag de Poëzieweek, met uiteenlopende activiteiten in Nederland en Vlaanderen. Het thema dit jaar is Theater, onder het motto: Uitstromend in het pluche van de zaal.
Ik realiseer me dat ik niet veel gedichten heb geschreven over theater. Onbewust om de genres theater en poëzie gescheiden te houden? Ik verwerk toch ook poëzie in mijn proza? In verschillende jeugdboeken heb ik gedichten verwerkt.
Afijn, hieronder twee van mijn gedichten over theater.

Op deze Gedichtendag verspreid ik nog meer gedichten via twitter.
Ook mijn Schrijversharten-collega's Martijn Adelmund en Laurens van der Zee doen dat op twitter, met #Schrijversharten zoals we dat vorig jaar ook deden tijdens Gedichtendag.
Schrijversharten op Gedichtendag 2017



als we onze maskers afzetten

zit er dan wel

een gezicht onder?

-----------------------------------------------------

je maakt theater

van je leven

een glansrol



in de coulissen

thuis rest slechts

een decorstuk

van bordkarton

dat papperig raakt

door je tranen.




Website Poëzieweek 

vrijdag 29 december 2017

De kunst van het interviewen

Onder Hollandse helden. Valkuilen en levenslessen van een vragensteller. Ik heb het 700 bladzijden tellende boek van Frénk van der Linden in een vloek en een zucht uitgelezen.
Met een mengeling van bewondering en lichte afgunst om wat hij als interviewer bij mensen loskrijgt. Met een zucht soms omdat het ook wel de Frénk van der Linden-show is. Hij zal zelf als eerste toegeven dat ijdelheid een rol speelt.
Als oud-journalist en schrijver geef ik dat trouwens ook voor mezelf grif toe.
Lang was ik journalist en nog steeds ben ik geïnteresseerd in de werking van media, hun reikwijdte en beperkingen, en de ethische dilemma's.
Dat alleen al maakt dit boek interessant studiemateriaal. Wat is een scoop je waard? Een mensenleven? Frénk van der Linden heeft die afweging ooit gemaakt.
In dit boek geeft hij een inkijk in zijn werkwijze en zijn afwegingen. Hij maakt duidelijk dat een interview minstens zoveel zegt over de interviewer.
Hij spaart zichzelf niet en durft kritisch terug te kijken. Dat maakt dit boek sympathiek.
Aardig om te zien hoe hij in zijn loopbaan van nu al 40 jaar heeft ervaren dat confronterend vragenstellen je niet altijd ver brengt. Werkelijke belangstelling, humor en een goede voorbereiding helpen beter. Verrassend om te lezen dat hij zich goed voorbereidt terwijl hij tijdens het gesprek soms de indruk wekt de vragen uit zijn losse pols te schudden of dat hij ze er vanuit het niets uitflapt.

In al die jaren lukte het Frénk van der Linden bijna iedereen te interviewen die hij vroeg. Zijn interviews zijn spraakmakend, geruchtmakend soms.

Je moet wel enigszins lef hebben als je je laat ondervragen door Van der Linden.

Schrijversharten, het collectief dat ik sinds 2015 vorm met Martijn Adelmund en Laurens van der Zee, wilde een stevige publieke start met vragen waar we verder mee konden en moesten. We waren blij dat hij ons op 18 april 2015 uitgebreid interviewde tijdens het SchrijvershartenCafé in Wageningen.
De eerste vraag voor ons drieën: Wanneer zat je voor je gevoel in je leven het dichtst tegen de waanzin aan? 
Denk de onderzoekende, priemende ogen er even bij. Echt zo'n geruststellende vraag om de geïnterviewde op het gemak te stellen. Niet dus. Op dat moment kun je besluiten om je er met een algemeenheid vanaf te maken. Als je daarmee wegkomt.

Maar we wilden ook een oprecht gesprek en een begin tot zelfonderzoek. Dus lieten we ons willens en wetens in de kaart kijken.

Je moet wel enigszins lef hebben als je Frénk van der Linden wil interviewen. Lara de Brito, wethouder in Wageningen en journalist, doet dat op 10 januari 2018 in de bblthk. Dan treden Frénk van der Linden en zijn partner Mylou Frencken samen op.



Tot en met 7 januari 2018 is in museum De Fundatie in Zwolle nog de tentoonstelling rondom Onder Hollandse helden te zien. Portretten door kunstenaars van de mensen die Van der Linden de afgelopen decennia portretteerde. Ook zijn er interviewfragmenten te zien en te beluisteren.





Naschrift: Ik vind de omslag van het boek, verschenen bij Uitg. Luitingh-Sijthoff, briljant. Met de tulpen die refereren aan de Hollandse helden en aan de Bollenstreek waar Frénk van der Linden vandaan komt. Ook zie ik er het motief in van de kleurige en fleurige overhemden waarvan Van der Linden lang het alleenvertoningsrecht leek te hebben.


Schrijversharten - interview Frénk van der Linden

Tentoonstelling De Fundatie Zwolle Frénk van der Linden 

Frénk en Frencken in de bblthk Wageningen